Schuldenaar verklaart niet te zullen nakomen

ECLI:NL:RBLIM:2017:500 (rechtspraak) – Casus – Schuldenaar verklaart verplichting tot betaling van nog-niet opeisbare facturen niet te zullen nakomen. Vervroegd Opeisbaar? Uitleg artikel 6:80 lid 1 sub b BW- ( burgerlijk procesrecht, incasso-recht).


Het Geschil

Eeiser stelt dat hij wegens door EMCM Projects en/of EMCM Montage opgedragen en uitgevoerde, doch niet betaalde, aannemingswerkzaamheden in totaal € 79.444,13 opeisbaar heeft te vorderen van deze vennootschappen. Hij stelt dat hij niet alleen aanspraak kan maken op de betaling van de facturen waarvan de (overgekomen) betaaltermijn is verstreken, doch ook op betaling van facturen waarvan de betaaltermijn nog niet verstreken, nu EMCM Projects en EMCM Montage [eiser] hebben verklaard dat zij hun betalingsplicht niet zullen nakomen. Volgens eiser volgt uit artikel 6:80 lid 1 sub b BW dat hij in dit geval ook gerechtigd is de betaling van deze facturen (en bijkomende buitengerechtelijke kosten) te eisen. 

Schuldenaar niet te zullen nakomen.
Ik ga niet betalen!

Beoordeling

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de vorderingen niet opeisbaar zijn en dus niet kunnen worden toegewezen. Dat EMCM Projects en EMCM Montage te kennen hebben gegeven dat zij tekort zullen schieten in de nakoming in de verplichting de betreffende facturen te betalen, heeft volgens artikel 6:80 lid 1 sub b BW enkel tot gevolg dat eiser schadevergoeding en ontbinding kan vorderen, alsmede een beroep kan doen op een opschortingsbevoegdheid, doch niet dat hij het recht om nakoming (lees: betaling van het verschuldigde te vorderen) te vorderen kan uitoefenen; dat recht kan pas worden uitgeoefend op het moment van opeisbaarheid van de vordering.

Het door eiser aangehaalde artikellid bepaalt enkel dat de debiteur, in het daar genoemde geval, in verzuim is zonder dat een ingebrekestelling is uitgebracht, en niet dat in het daar genoemde geval een vordering ook vervroegd opeisbaar is.

Deze uitspraak lijkt te bepalen dat het verstrijken van een factuurtermijn nodig is om van opeisbaarheid te spreken. Een eerdere verklaring van debiteur (klant) niet te gaan voldoen doet hier geen afbreuk aan. Van opeisbaarheid kan niet gesproken worden zonder schending factuurtermijn. Deze uitspraak maakt duidelijk dat opeisbaarheid juridisch iets anders inhoudt dan verzuim. Een verklaring niet te zullen gaan voldoen heeft dan ook louter tot gevolg dat een ingebrekestelling niet langer vereist is alsook dat schadevergoeding en ontbinding toepasselijke rechtsinstrumenten zijn geworden.


Wellicht ook interessant? Betaaltermijn facturen.