Verhouding Overeenkomst en Bovag-voorwaarden

Rechtspraak, ECLI:NL:RBGEL:2020:3705, Verhouding Overeenkomst en Algemene Bovag-voorwaarden, Financial lease overeenkomst auto. Drie partijen, kredietaanbieder, klant en dealer. Eigendom auto ten tijde van faillissement klant? Haviltex. Eigendomsvoorbehoud. Overeenkomst van huurkoop, artikel 7:84 lid 3 onder b BW. Voorrang partijen-overeenkomst op algemene Bovag-voorwaarden.


Feiten

Op 16 maart 2017 sluiten BMW (Kredietaanbieder), Ponti 16 (Klant) en Automobielbedrijf Bert Story bv (Dealer) een Financial lease overeenkomst (hierna: overeenkomst). De Dealer verkoopt en levert de auto onder eigendomsvoorbehoud.

In de overeenkomst staat onder meer het volgende:

In bepaalde gevallen heeft Kredietaanbieder het recht om de Overeenkomst met onmiddellijke ingang te beëindigen en het hele verschuldigde bedrag vervroegd op te eisen, alsmede het Voertuig in te nemen. Dit betekent dat u het totale aan Kredietaanbieder verschuldigde bedrag, eventuele rente en eventuele kosten en vergoeding voor schade in één keer aan Kredietaanbieder moet terugbetalen. Kredietaanbieder heeft dit recht, voor zover nodig na ingebrekestelling en zonder tussenkomst van een rechter, in de volgende gevallen:

(…)

d. Als u uw faillissement heeft aangevraagd of derden uw faillissement hebben aangevraagd, u failliet bent verklaard, een surseance van betaling is aangevraagd of afgegeven voor uw bedrijf, u uw crediteuren een betalingsregeling heeft aangeboden of er beslag is gelegd op (een deel van) uw vermogen.

In de ‘Algemene Voorwaarden zakelijke markt van Bovag autodealers en Bovag onafhankelijke bedrijven’ (Bovag Voorwaarden) staat onder andere het volgende:

Artikel 12 – Eigendomsvoorbehoud, retentierecht en pandrecht.

1. De verkoper/reparateur behoudt zich de eigendom voor van alle door hem aan koper/opdrachtgever afgeleverde zaken totdat de koopprijs voor al deze zaken geheel is voldaan. Indien de verkoper/reparateur in het kader van deze verkoopovereenkomsten ten behoeve van de koper/opdrachtgever door koper/opdrachtgever te vergoeden werkzaamheden verricht, geldt de voorbehouden eigendom voornoemd totdat koper/opdrachtgever ook zijn daarop betrekking hebbende vordering geheel heeft voldaan. Tevens geldt de voorbehouden eigendom voor de vorderingen die de verkoper/reparateur jegens de koper/opdrachtgever mocht verkrijgen wegens diens tekortschieten in één of meer van zijn verplichtingen jegens de koper/opdrachtgever.

Faillissement en Eigendomsvoorbehoud

Kenvraag

De Kernvraag luidt op welke wijze de twee conflicterende bepalingen zich tot elkander verhouden in het geval van een faillissement van Ponti 16. Het gaat in deze zaak meer specifiek om de vraag of het voertuig in eigendom toebehoort aan Ponti 16 dan wel aan BMW op het moment dat Ponti 16 failliet gaat.

Faillissement

Bij beschikking van 11 september 2018 van de rechtbank Oost-Brabant is Ponti 16 in staat van faillissement verklaard. Tussen partijen is discussie ontstaan over de eigendom van het voertuig ten tijde van het faillissement. Uit praktische overwegingen is de afspraak gemaakt het voertuig te verkopen en de opbrengst op een derden-(geld)rekening te storten.

Vordering Kredietverlener

BMW vordert onder andere dat de kantonrechter bij vonnis voor recht verklaart dat het eigendom van het voertuig aan BMW toebehoorde ten tijde van het faillissement van Ponti 16 en de overeenkomst ontbonden verklaart per datum afgifte van het voertuig.

Er is sprake van huurkoop, waarbij de dealer een eigendomsvoorbehoud heeft bedongen. Bij dezelfde overeenkomst heeft de dealer de rechtsverhouding met het eigendomsvoorbehoud overgedragen aan BMW.

BMW is daarom naar eigen zeggen juridisch eigenaar van het voertuig geworden. Pas op het moment dat Ponti 16 de laatste termijn heeft betaald en aan al haar verplichtingen heeft voldaan, wordt zij automatisch eigenaar van het voertuig. Nu Ponti 16 niet al haar termijnen heeft voldaan, is zij nooit eigenaar van het voertuig geworden. Ten tijde van het faillissement behoorde het voertuig daarom toe aan BMW, net zoals de opbrengst van het voertuig.

Vordering Curator

[curator] q.q. vordert onder andere dat de kantonrechter bij vonnis voor recht verklaart dat de eigendom van het voertuig aan Ponti 16 toebehoorde en daarnaast BMW veroordeelt om de opbrengst van het voertuig, welke is gedeponeerd op de derdengeldrekening van de gemachtigde van BMW, aan de boedel van Ponti 16 af te dragen.

Het eigendomsvoorbehoud van de dealer is volgens de curator uitgewerkt in artikel 12 van de Bovag Voorwaarden. Nu BMW namens Ponti 16 de koopsom aan de dealer heeft voldaan heeft zij niet voor de overdracht van de rechtsverhouding tussen de dealer en Ponti 16 betaald, maar voor de aankoopsom van het voertuig. De opschortende voorwaarde van het eigendomsvoorbehoud is daarom voldaan en Ponti 16 is eigenaar van het voertuig geworden. Dit heeft tot gevolg dat de dealer het voorwaardelijk eigendom van het voertuig niet aan BMW kon leveren.

Voor zover de opschortende voorwaarde niet is voldaan, voert [curator] q.q. aan dat niet is gebleken op welke wijze de rechtsverhouding – tussen Ponti 16 en de dealer – door de dealer aan BMW wordt overgedragen. Zo ontbreekt voor een levering traditio longa manu de vereiste tweezijdige verklaring en zijn hierover geen (voor Ponti 16) duidelijke afspraken gemaakt. Daarnaast hebben de dealer en BWM geen afspraken gemaakt over de overgang van het eigendomsvoorbehoud en dit recht volgt de vordering niet van rechtswege, zodat BMW het eigendomsvoorbehoud nooit heeft gekregen.

Het voorgaande brengt, aldus de curator, met zich dat er geen sprake is van huurkoop, omdat BMW niet over het (voorwaardelijk) eigendom van het voertuig beschikt. Daarnaast is er geen sprake van koop op afbetaling. Er is immers geen sprake van de koop van een roerende zaak in minimaal drie termijnen, omdat de vordering van BMW op Ponti 16 ziet op een geldleningovereenkomst. Het voertuig is immers door (BMW in naam van) Ponti 16 met een eenmalige betaling aan de dealer gekocht.

Verhouding Overeenkomst en Bovag-voorwaarden

Beoordeling

Het gaat in deze zaak volgens de rechter in de kern om de vraag of het voertuig in eigendom toebehoorde aan BMW of aan Ponti 16 op het moment dat Ponti 16 failliet ging. Partijen geven een verschillende uitleg aan de overeenkomst, met name aan het eigendomsvoorbehoud.

Bij uitleg van de overeenkomst komt het volgens de rechter aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de overeenkomst mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (Haviltex-formule).

De curator doet een beroep op artikel 12 Bovag Voorwaarden voor wat betreft het eigendomsvoorbehoud. BMW beroept zich anderzijds op artikel 4 uit de overeenkomst. De rechter constateert dat beide artikelen niet verenigbaar zijn met elkaar en daarom niet naast elkaar van toepassing kunnen zijn op de rechtsverhouding. De rechter overweegt:

Nu artikel 4 in de daadwerkelijke overeenkomst is opgenomen en artikel 12 in standaardvoorwaarden, waarnaar slechts wordt verwezen in de overeenkomst, mochten partijen er redelijkerwijs vanuit gaan dat het eigendomsvoorbehoud in de overeenkomst voor gaat op het eigendomsvoorbehoud in de standaardvoorwaarden. Artikel 12 Bovag Voorwaarden is daarom niet van toepassing op de rechtsverhouding tussen partijen.

Met betrekking tot het eigendomsvoorbehoud stelt de kantonrechter verder vast dat in artikel 4.1 van de overeenkomst wordt verwezen naar artikel 4.7, waar staat dat het eigendom van het voertuig pas overgaat op Ponti 16 als de laatste termijn is betaald. In artikel 4.6 verplicht Ponti 16 zich om de geldlening en kredietvergoeding aan BMW in termijnen te voldoen, zoals verder in artikel 6 is gespecificeerd. Partijen mochten dus verwachten dat het voertuig pas het eigendom van Ponti 16 werd op het moment dat Ponti 16 de gehele geldlening en kredietvergoeding aan BMW had voldaan:

Het voldoen van het aankoopbedrag door BMW aan de dealer, leidt er daarom niet toe dat al aan die voorwaarde – voor Ponti 16 om de lening in zijn geheel af te betalen – zou zijn voldaan. Ponti 16 had immers de gehele geldlening en kredietvergoeding aan BMW nog niet voldaan, zodat Ponti 16 nooit de eigendom van het voertuig heeft verkregen.

De kantonrechter stelt daarnaast vast dat in artikel 4.4 van de overeenkomst is bepaald dat de dealer de rechtsverhouding – tussen de dealer en Ponti 16 – inclusief het eigendomsvoorbehoud overdraagt aan BMW. Door het ondertekenen van de overeenkomst (zijnde een akte) hebben alle drie de partijen (de dealer, Ponti 16 en BMW) medewerking verleend aan de contractoverneming van BMW. Partijen mochten daarom redelijkerwijs begrijpen dat BMW in alle rechten en plichten van de dealer ten opzichte van Ponti 16 is getreden (op het in artikel 9.1 bepaalde na). De contractoverneming werkt vanaf het moment dat partijen daarmee hebben ingestemd, dus op het moment van het sluiten van de overeenkomst en voordat BMW het aankoopbedrag aan de dealer heeft betaald. Ponti 16 mocht redelijkerwijs begrijpen dat de dealer op grond van de overeenkomst, door middel van een levering traditio longa manu (als bedoeld in artikel 3:115 aanhef en onder c BW), het eigendom onder eigendomsvoorbehoud van het voertuig aan BMW heeft overgedragen. Dat Ponti 16 dit ook daadwerkelijk zo heeft begrepen wordt onderstreept door de e-mail van [directeur] d.d. 26 september 2018, waarin [directeur] aangeeft het voertuig retour te willen geven aan BMW en niet aan de dealer.

Ponti 16 en BMW zijn er volgens de rechter terecht van uitgegaan, mede gelet op artikel 8 Financial Lease Voorwaarden, dat de overeenkomst is beëindigd op het moment dat BMW wegens het faillissement van Ponti 16 het voertuig vervroegd opeiste. Ponti 16 kon vanaf dat moment definitief niet meer de geldlening afbetalen (artikelen 4.6 en 6.2 van de overeenkomst), zodat vanaf dat moment zeker was dat Ponti 16 geen eigenaar kon worden. BMW was en bleef eigenaar. De rechter kwalificeert de overeenkomst als een huurkoop in de zin van artikel 7:84 lid 3 onder b BW.