Ingebrekestelling

Als hoofdregel geldt dat een schuldeiser verplicht is een ingebrekestelling te sturen als de schuldenaar de op hem rustende verplichtingen niet nakomt, waarbij de schuldenaar een redelijke termijn voor nakoming wordt gesteld. Als nakoming binnen deze termijn uitblijft, treedt het verzuim in.  Dit staat met zoveel woorden in art. 6:81 BW en art. 6:82 BW. Artikel 6:83 noemt drie gevallen waarin geen ingebrekestelling nodig is om het verzuim te laten intreden. 


Wat is het?

De ingebrekestelling is de schriftelijke mededeling van de schuldeiser waarbij de schuldenaar wordt aangemaand om de overeengekomen prestatie te verrichten. Hierbij wordt een redelijke termijn gegeven om alsnog die prestatie te verrichten. Als de schuldenaar niet binnen de gestelde termijn heeft gepresteerd, dan is hij in verzuim. Een ingebrekestelling dient niet om het verzuim vast te stellen, maar om de schuldenaar nog een laatste termijn voor nakoming te geven zonder dat van een tekortkoming sprake is, bij gebreke waarvan de schuldenaar daarna in verzuim raakt.

Voorwaarde voor de toepasselijkheid van een ingebrekestelling is natuurlijk wel dat de prestatie van de schuldenaar opeisbaar is. Dat is bijvoorbeeld het geval indien de afgesproken betaaltermijn niet wordt nagekomen. 

Basis Invordering

Voordat een overeenkomst kan worden ontbonden, een schadevergoeding kan worden gevorderd dan wel een incassobureau kan worden ingeschakeld en kosten daarvan kunnen worden verlegd naar de schuldenaar, moet de schuldenaar volgens de wet in verzuim zijn. Daartoe is de ingebrekestelling dus het juridische instrument. Het vormt de basis voor een effectieve (vervolg) invordering.  

Wanneer Vereist?

Een ingebrekestelling is vereist in de rechtsverhouding tussen bedrijf en particulier (b2c). Zie daartoe onder meer het bepaalde in artikel 6:96 lid 5 en lid 6 BW.

Lid 5 bepaalt.

Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld voor de vergoeding van kosten als bedoeld in lid 2 onder c. Van deze regels kan niet ten nadele van de schuldenaar worden afgeweken indien de schuldenaar een natuurlijk persoon is, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf. In dit geval mist artikel 241, eerste volzin, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering toepassing.

Lid 6 bepaalt.

De vergoeding volgens de nadere regels kan indien de schuldenaar een natuurlijk persoon is, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, eerst verschuldigd worden nadat de schuldenaar na het intreden van het verzuim, bedoeld in artikel 81, onder vermelding van de gevolgen van het uitblijven van betaling, waaronder de vergoeding die in overeenstemming met de nadere regels wordt gevorderd, vruchteloos is aangemaand tot betaling binnen een termijn van veertien dagen, aanvangende de dag na aanmaning.
 

Een particuliere klant is conform het zesde lid pas in verzuim indien de geldende termijn is overschreden. Deze termijn is wettelijk vastgesteld op 14 dagen. Hiervan mag niet worden afgeweken, althans niet ten nadele van de schuldenaar. De twee weergegevens passages maken duidelijk dat voor de zakelijke setting (b2b) een ander juridisch kader pleegt te gelden.  Deze wordt meer in het bijzonder vormgegeven door het bepaalde in artikel 6:83 sub a BW.  De hoofdregel dat een ingebrekestelling vereist is voor vaststelling van verzuim (toerekenbare tekortkoming) gaat in b2b-relaties niet op voorzover sprake is van een gestelde fatale termijn. 

Ingebrekestelling

Wanneer Niet Vereist?

In een aantal gevallen is een ingebrekestelling niet vereist.

– Bij blijvende onmogelijkheid tot nakoming (bij vordering tot schadevergoeding)

– Bij blijvende onmogelijkheid tot nakoming (bij ontbindingsoptie)

– Uit mededeling of houding van schuldenaar blijkt dat hij niet zal nakomen

– Verzuim treedt zonder ingebrekestelling bij niet halen van voor de voldoening bepaalde termijn (*)

– Niet nakoming verbintenis uit onrechtmatige daad of schadevergoeding wegen wanprestatie

(*) In zakelijke verhoudingen (b2b) treedt verzuim reeds op bij overschrijding van de geldende betalingstermijn van de factuur. Hier geldt de toepasselijkheid van art. 6:83 sub a BW

Een factuurtermijn wordt doorgaans gezien als een dwingende/fatale termijn.  Na overschrijding van de factuurtermijn treedt doorgaans zonder ingebrekestelling (of aanmaning, of herinnering) verzuim op. Snel een voorbeeld:

Op de factuur staat de overeengekomen betalingstermijn van 6 dagen vermeld. Dit is een voor de voldoening bepaalde termijn zoals bedoeld in art. 6:83 sub a BW. De gestelde termijn geeft aan dat de factuur binnen 6 dagen door de klant moet worden betaald. Gebeurt dat niet, dan treedt er van rechtswege verzuim op. Zie voorts voor meer uitleg hierover onze blog Geen ingebrekestelling bij B2B-incasso.

Inhoud

Een ingebrekestelling moet aan tal van voorwaarden voldoen.

– een ingebrekestelling dient altijd schriftelijk te worden gedaan (bij voorkeur aangetekend i.v.m. bewijspositie),

– formele aanduiding is aan te raden i.v.m. kenbaarheidsvereiste (Ook mogelijk: ‘ dit is een ingebrekestelling’, ‘ hierbij stel ik u in gebreke’) 

– er dient een redelijke termijn te worden gesteld waarbinnen nagekomen dient te worden (wettelijke termijn b2c = 14 dagen na ontvangst),

– Bij incasso: melding van hoogte buitengerechtelijke incassokosten (exact bedrag noemen) en toepasselijkheid wettelijke rente

– Vermelding gevolgen niet-nakoming gestelde termijn (bijvoorbeeld kosten of procedure)

Gevolgen Vergeten

Een vergeten ingebrekestelling kan tot grote problemen leiden.

Zo kunnen partijen bij de rechter belanden en kan de rechter na toetsing van het dossier de gevorderde schadevergoeding afwijzen dan wel de (eenzijdig) toegepaste ontbinding afkeuren vanwege het ontbreken van een ingebrekestelling. 

Dit kan leiden tot proceskostenveroordeling alsook het moeten betalen van eens schadevergoeding. Kortom, de gevolgen kunnen verstrekkend zijn.

Altijd doen

Bovenstaande tekst laat zien dat een ingebrekestelling in diverse gevallen vereist is om de schuldenaar juridisch aansprakelijk te stellen voor diens gedraging. Echter, dit is lang niet altijd vereist. Wij raden u aan altijd een ingebrekestelling te sturen naar uw klant.

Het is beter er een te versturen terwijl dat niet nodig is, dan andersom. Maar er speelt nog wel iets: klantvriendelijkheid en redelijkheid. Als schuldeiser kan je een extra stap inbouwen. Hiermee bied je de schuldenaar een extra optie alsnog kosteloos te voldoen.

Mocht e.e.a. dan toch resulteren in een dagvaardingsprocedure, dan heeft u (naar het oordeel van de rechter) vermoedelijk als redelijk handelend schuldeiser opgetreden.

Voorbeeld

Op onze bedrijfswebsite is een voorbeeld van een ingebrekestelling (veertiendagenbrief) opgenomen. Bedoeld schrijven kunt u voor eigen gebruik aanpassen aan (aangetekend) sturen naar uw klant.


Wellicht ook interessant voor u? Ingebrekestelling.