Incassohandeling na 14-dagenbrief?

Rechtspraak, ECLI:NL:HR:2014:1405, Conclusie. Kern: Als een schuldeiser de in art. 6:96 lid 6 BW bedoelde veertiendagenbrief aan de schuldenaar heeft gestuurd, zijn bij uitblijven van de betaling binnen de termijn van 14 dagen de genormeerde buitengerechtelijke incassokosten door de schuldenaar (consument) verschuldigd. Worden incassokosten direct verschuldigd na 14-dagenbrief of is een nadere incassohandeling daarvoor vereist?


Kantonrechter

De rechtspraak was tot 2014 verdeeld over de vraag of de incassokosten direct na die veertien dagen verschuldigd worden, of dat daarvoor nog een nadere incassohandeling moest worden verricht.

Het is uiteindelijk de kantonrechter in Gelderland die deze vraag voorlegt aan de Hoge Raad:

“Dient art. 6:96 lid 6 BW aldus te worden uitgelegd dat na het verzenden van de daarin genoemde veertiendagenbrief vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten is verschuldigd, dus zonder dat de crediteur na het verzenden van die (veertiendagen)brief nog een nadere incassohandeling verricht?”

Hoge Raad

Met de Wet Normering Buitengerechtelijke Incassokosten is volgens de Hoge Raad bedoeld om beide partijen duidelijkheid en rechtszekerheid te bieden over de hoogte van de verschuldigde kosten, zodat conflicten en een eventuele gang naar de rechter daarover kunnen worden voorkomen. De Hoge Raad overweegt in dit verband:

“Uit de totstandkomingsgeschiedenis van deze nieuwe regels, zoals weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.15 – 3.17, blijkt dat de wetgever hiermee met name de ‘tweede redelijkheidstoets’ (de hoogte van de kosten) heeft willen normeren. Deze normering geschiedt aan de hand van een forfaitair percentage dat uitsluitend is gerelateerd aan de hoogte van de verschuldigde hoofdsom”.

Incassokosten die het maximum niet te boven gaan, worden als redelijke kosten beschouwd. Dit heeft als voordeel dat een gang naar de rechter om vast te stellen of de kosten redelijk zijn, wordt voorkomen.

Incassohandeling na 14-dagenbrief

Alleen ten aanzien van een consument-schuldenaar is voorgeschreven dat de schuldeiser hem eerst nog een veertiendagenbrief moet sturen (art. 6:96 lid 6 BW).

Daarmee is volgens ons hoogste rechtscollege beoogd dat de consument niet wordt overvallen door het verschuldigd worden van incassokosten: hij krijgt na de waarschuwing in de veertiendagenbrief nog veertien dagen de gelegenheid het verschuldigde bedrag te betalen zonder dat incassokosten verschuldigd worden.

Volgens de Hoge Raad is de veertiendagenbrief als zodanig reeds een incassohandeling en hoeft de schuldeiser niet nog nadere incassohandelingen te verrichten om aanspraak op vergoeding van de genormeerde incassokosten te kunnen maken.

Heeft de schuldenaar (lees: consument) de veertiendagenbrief ontvangen, dan moet binnen veertien dagen worden betaald om aan incassokosten te ontkomen. 

De Hoge Raad overweegt:

“dat art. 6:96 lid 6 BW aldus moet worden uitgelegd dat, indien de schuldeiser in redelijkheid tot het verrichten van incassohandelingen is overgegaan en de daarin genoemde veertiendagenbrief aan de consument-schuldenaar heeft gestuurd, bij uitblijven van de betaling binnen de termijn van veertien dagen de in het Besluit genormeerde vergoeding voor buitengerechtelijke incassohandelingen door de consument-schuldenaar verschuldigd wordt, zonder dat de schuldeiser gehouden is daartoe nog nadere incassohandelingen te verrichten“. – ECLI:NL:HR:2014:1405

Volgens de Hoge Raad past deze zienswijze het best bij de tekst van art. 6:96 lid 6 BW en bij de hiervoor weergegeven parlementaire geschiedenis van de nieuwe regelgeving.


Wellicht ook interessant voor U? Ingebrekestelling.