Geen vergoeding buitengerechtelijke incassokosten

Rechtspraak, ECLI:NL:RBROT:2021:3149 , Gemachtigde eiseres heeft 14-dagenbrief ten onrechte naar het oude adres gestuurd. Welke rechtsgevolgen? Geen vergoeding buitengerechtelijke incassokosten?


Geschil

De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] de verschuldigdheid van de hoofdsom niet heeft betwist, maar dat hij het niet eens is met de bijkomende kosten, omdat hij de brieven van Evides niet heeft ontvangen en Evides het openstaande bedrag bovendien had kunnen incasseren, waarmee een procedure had kunnen worden voorkomen. 

Automatische Incasso mislukt

Tussen partijen is niet in geschil dat Evides omstreeks 4 september 2019 heeft geprobeerd het bedrag van € 195,83 van de rekening van [gedaagde] te incasseren en dat dit niet is gelukt. Evides stelt gelet daarop terecht dat [gedaagde] met betrekking tot zijn betalingsverplichting jegens haar in verzuim is komen te verkeren. 

Ook de brief van Evides van 21 september 2019, waarin zij melding maakt van de mislukte incasso, heeft niet geleid tot betaling door [gedaagde] . Die brief heeft Evides gestuurd naar het leveringsadres.

Geen vergoeding buitengerechtelijke incassokosten

Risico-verschuiving

De stelling van [gedaagde] , dat hij meerdere malen heeft aangegeven dat de correspondentie naar een ander adres gestuurd moest worden, heeft hij echter onvoldoende onderbouwd. In ieder geval is niet gebleken dat [gedaagde] vóór 20 april 2021 een adreswijziging aan Evides heeft doorgegeven.

Dat hij voor die tijd geen kennis heeft genomen van de brieven van Evides (waaronder die van 21 september 2019), omdat hij feitelijk niet op het leveringsadres verbleef, komt dan ook voor zijn risico en kan er niet aan afdoen dat hij reeds vanaf 4 september 2019 in verzuim verkeerde. Hetzelfde geldt voor de stelling van [gedaagde] , dat Evides het restant had kunnen incasseren. Gelet op de inhoud van de brief van 21 september 2019 lag het immers op de weg van [gedaagde] om er zelf zorg voor te dragen dat de betaling alsnog binnen de termijn van twee weken zou worden verricht.

Gelet op het verzuim van [gedaagde] vordert Evides terecht vergoeding van de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW ad € 3,54.

Ontvangsttheorie

Evides maakt voorts aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De vordering dient beoordeeld te worden aan de hand van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De gevorderde vergoeding komt echter niet voor toewijzing in aanmerking. De gemachtigde van Evides heeft de veertiendagenbrief van 2 juli 2020 immers naar het leveringsadres verstuurd, terwijl [gedaagde] op dat moment al een adreswijziging aan Evides had doorgegeven, die door Evides bovendien ook al aan hem was bevestigd. [gedaagde] mocht er daarom van uitgaan dat Evides op het gewijzigde adres met hem zou communiceren.

Dat haar gemachtigde kennelijk niet op de hoogte was van die adreswijziging, komt voor rekening van Evides. Dat (de gemachtigde van) Evides ná 2 juli 2020 een brief naar het adres [adres 2] heeft gestuurd, waarin (opnieuw) de buitengerechtelijke incassokosten zijn aangezegd, is gesteld noch gebleken. Gelet hierop is de kantonrechter van oordeel dat Evides heeft nagelaten een afschrift van een kosteloze aanmaning als bedoeld in artikel 6:96 lid 6 BW over te leggen.

Conform artikel 6:44 lid 1 BW dient de betaling van het bedrag van € 74,89 eerst in mindering te worden gebracht op de verschenen rente ad € 3,54. Het restant van € 71,35 dient vervolgens in mindering te worden gebracht op de hoofdsom van € 195,83. Dit betekent dat [gedaagde] nog (€ 195,83 minus € 71,35 =) € 124,48 aan Evides dient te betalen. De kantonrechter zal dit bedrag toewijzen.

Nu [gedaagde] geen afzonderlijk verweer heeft gevoerd tegen de gevorderde wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van algehele voldoening, zal de kantonrechter ook deze vordering toewijzen.

[gedaagde] wordt als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, die tot aan deze uitspraak aan de zijde van Evides worden vastgesteld op € 209,09 aan verschotten (€ 85,09 aan dagvaardingskosten en € 124,00 aan griffierecht) en € 74,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten à € 37,00 per punt).