Aansprakelijkheid Hoofdaannemer en Onderaannemer

In dit artikel bespreken wij de aansprakelijkheid van hoofdaannemer en onderaannemer. Meer in het bijzonder wordt de vraag beantwoord wie aansprakelijk is in de bouw bij fouten van een onderaannemer. Is dat de onderaannemer zelf of de hoofdaannemer?

In Nederland geldt de hoofdregel dat een opdrachtgever in beginsel zijn directe contractpartij dient aan te spreken in het geval een onderaannemer iets fout doet bij de uitvoering van werk. De directe contractpartij is de hoofdaannemer en daarmee het juridische aanspreekpunt van de opdrachtgever.

Is het voor opdrachtgevers mogelijk om niet de hoofdaannemer, maar rechtstreeks de onderaannemer aan te spreken op de door laatstbedoelde veroorzaakte gebreken of schade? Immers, het is de onderaannemer die fouten in de uitvoering van werk heeft gemaakt, niet de hoofdaannemer. Het antwoord hierop is ja, maar louter in uitzonderlijke gevallen. Welke gevallen dit zijn, leest u in dit artikel.

Aansprakelijkheid Hoofdaannemer

De hoofdregel is dat een overeenkomst alleen de daarbij betrokken partijen bindt. Vanuit opdrachtgever gezien is de hoofdaannemer de directe contactpartij. Deze heeft een overeenkomst tot aanneming van werk gesloten met de opdrachtgever. Partijen spreken daarbij de aanneemsom af, welke werkzaamheden verricht dienen te worden alsook door wie, binnen welke periode het werk uitgevoerd dient te worden, welke materialen of grondstoffen gebruikt worden en wat de prijzen zijn. Om het werk uit te (kunnen) voeren maakt de hoofdaannemer gebruik van (gespecialiseerde) onderaannemers, hulppersonen bij de uitvoering van het overeengekomen werk.

Art. 7:751 BW

Aansprakelijkheid Onderaannemer

Een hoofdaannemer is – zoals opgemerkt – in beginsel aansprakelijk voor fouten van zijn onderaannemers ten opzichte van zijn opdrachtgever. Anders geformuleerd, een hoofdaannemer is verantwoordelijk voor de geleverde prestaties (kwaliteit) van zijn onderaannemers. Daarvoor dient hij garant te staan. Het is immers de hoofdaannemer die deze partijen bij de klus betrekt. Indien daarin een (toerekenbare) tekortkoming schuilt, pleegt de hoofdaannemer in relatie tot diens Opdrachtgever wanprestatie. Ook al heeft hij zelf geen fout bij de uitvoering van werk gemaakt.

In juridische zin zit de fout dan in het inschakelen van de onderaannemer die de schade (het verzuim) veroorzaakt. Het betreft hier en risicoaansprakelijkheid. Artikel 7: 751 BW bepaalt in dit verband:

De aannemer is bevoegd het werk onder zijn leiding door anderen te doen uitvoeren, en ten aanzien van onderdelen ook de leiding aan anderen over te laten, zulks onverminderd zijn aansprakelijkheid voor de deugdelijke nakoming van de overeenkomst.

De wanprestatie van de onderaannemer wordt gezien als ‘een verzekerbaar risico’ voor de hoofdaannemer.

Artikel 7:751 BW kan worden gezien worden als een uitwerking van art. 6:76 BW, waarin in meer algemene zin is bepaald dat een schuldenaar die bij de uitvoering van een op hem rustende verbintenis gebruikmaakt van de hulp van andere personen, voor de gedragingen van die hulppersonen op gelijke wijze aansprakelijk is als voor zijn eigen gedragingen.

Contractuele Uitzondering

In sommige gevallen kan de opdrachtgever zijn directe contractpartij (de hoofdaannemer) niet aanspreken. Dit is het geval indien dit tussen partijen uitdrukkelijk is uitgesloten in de overeenkomst. Dit gebeurt normaliter als de opdrachtgever de onderaannemer heeft voorgeschreven en de aannemer niet wil instaan voor een partij die hij niet kent.

Art. 6:248 lid 2 BW

Voornoemde bepalingen bevatten geen ‘escape’, waarmee aan aansprakelijkheid voor hulppersonen kan worden ontkomen. Wel is er art. 6:248 lid 2 BW, waarin is bepaald dat een tussen partijen als gevolg van een overeenkomst geldende regel niet van toepassing is, voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.

Voorgeschreven onderaannemer

Enkel de aanwezigheid van bijzondere omstandigheden kunnen ertoe bijdragen dat de aansprakelijkheid van de hoofdaannemer buiten toepassing wordt verklaard. Dergelijke omstandigheden deden zich voor in de rechtszaak ECLI:NL:RBGEL:2014:6826.

De rechtbank Gelderland oordeelde in deze zaak – met verwijzing naar art. 6:248 lid 2 BW – dat de hoofdaannemer in casu niet aansprakelijk was voor fouten van een door hem ingeschakelde onderaannemer. Aan dat oordeel legde de rechtbank de volgende (zeer bijzondere) omstandigheden ten grondslag:

  • de opdrachtgever had de onderaannemer voorgeschreven aan de hoofdaannemer;
  • de opdrachtgever had zelf met de onderaannemer onderhandeld over onder andere de details van de werkzaamheden, de te gebruiken materialen, de aanneemsom en de begin- en opleverdatum;
  • de hoofdaannemer was bij die onderhandelingen in het geheel niet betrokken; en
  • de opdrachtgever liet zich in zijn keuze voor en onderhandelingen met de onderaannemer bijstaan door een architect.

Volgens de rechtbank had de opdrachtgever de hoofdaannemer een volledig uitonderhandelde overeenkomst voorgehouden en fingeerde de hoofdaannemer feitelijk als een soort stroman. Onder die omstandigheden achtte de rechtbank het onaanvaardbaar dat de hoofdaannemer aansprakelijk zou zijn voor fouten van de onderaannemer. Dat er een separaat financieel belang bij de hoofdaannemer was in de vorm van opslagpercentage (voor winst) en risico doet daar volgens de rechtbank geen afbreuk aan.

Aansprakelijkheid Hoofdaannemer en Onderaannemer

Onrechtmatig handelen

Het staat een onderaannemer niet altijd vrij om de belangen van de opdrachtgever geheel te verwaarlozen. De opdrachtgever mag er op vertrouwen dat de onderaannemer rekening houdt met zijn belangen.

Indien de belangen van de opdrachtgever zo nauw betrokken zijn bij de behoorlijke uitvoering van de onderaanneming dat hij schade of ander nadeel kan lijden als een onderaannemer in die uitvoering tekortschiet, dan kan dit tekortschieten worden gekwalificeerd als onrechtmatig handelen.

De normen van hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, kunnen meebrengen dat die onderaannemer rekening houdt met deze belangen, en zijn gedrag mede door die belangen laat bepalen.

De Hoge Raad volgt deze zienswijze – ontleend uit het huurrecht – in ECLI:NL:HR:2012:BT7496 en overweegt:

Bij de beantwoording van de vraag of deze normen zulks meebrengen, zal de rechter de terzake dienende omstandigheden van het geval in zijn beoordeling dienen te betrekken, zoals de hoedanigheid van alle betrokken partijen, de aard en strekking van de desbetreffende overeenkomst, de wijze waarop de belangen van de derde daarbij zijn betrokken, de vraag of deze betrokkenheid voor de contractant kenbaar was, de vraag of de derde erop mocht vertrouwen dat zijn belangen zouden worden ontzien, de vraag in hoeverre het voor de contractant bezwaarlijk was met de belangen van de derde rekening te houden, de aard en omvang van het nadeel dat voor de derde dreigt en de vraag of van hem kon worden gevergd dat hij zich daartegen had ingedekt (HR 24 september 2004, LJN AO9069, NJ 2008/587 (Vleesmeesters/Alog)).

In casu gaat het over de vraag of een opdrachtgever op grond van onrechtmatige daad een onderaannemer kan aanspreken indien deze ondeugdelijk heeft gepresteerd.

De onderaannemer zal in het algemeen binnen bepaalde grenzen rekening hebben te houden met de belangen van de opdrachtgever en de opdrachtgever zal in het algemeen erop mogen vertrouwen dat de onderaannemer dat doet. Een wanprestatie van de onderaannemer jegens de hoofdaannemer levert op zichzelf nog geen onrechtmatige daad jegens de opdrachtgever op. Er is dus meer nodig voor aansprakelijkheid van de onderaannemer.

Separate Aanneming

Indien een onderdeel van werkzaamheden contractueel is overeengekomen tussen de opdrachtgever aan de onderaannemer, dan staan deze partijen wat betreft deze werkzaamheden in contractuele relatie tot elkaar. De opdrachtgever kan hiervoor de onderaannemer rechtstreeks aanspreken op tekortkomingen in de nakoming van de de contractuele afspraken gemaakt met de onderaannemer.

Hieruit volgt dat het van belang is om duidelijk af te bakenen welke werkzaamheden in onderaanneming dan wel in rechtstreekse aanneming worden verricht.

Wie o Wie?

De gedachte, dat de opdrachtgever meteen aan het juiste adres is wanneer hij de onderaannemer (rechtstreeks) kan aanspreken, oogt aantrekkelijk. Of de onderaannemer altijd het goede adres is, kan echter worden betwijfeld. Wanneer het bijvoorbeeld gaat om de kwaliteit van de gebruikte materialen, kan men ook denken aan de toeleverancier of producent daarvan. Wanneer het gaat om de wijze van uitvoering van het werk, kan de onderaannemer gebonden zijn geweest aan instructies van de hoofdaannemer.

Resumerend; aanspreekpunt met risico

Wat wordt nu duidelijk uit het voorgaande? Een (particuliere) opdrachtgever kan ervoor kiezen verschillende werkzaamheden te gunnen aan één (hoofd)aannemer, welke andere aannemers kan inschakelen (artikel 7:751 BW). Voor de opdrachtgever is het voordeel van deze benadering, dat de hoofdaannemer belast is met de coördinatie van de werkzaamheden van de verschillende partijen en dat de opdrachtgever voor alle problemen bij de uitvoering van de aannemingsovereenkomst te maken heeft met één wederpartij, de hoofdaannemer. De opdrachtgever loopt niet het risico dat hij te maken heeft met verschillende partijen/aannemers, die bij een probleem naar elkaar wijzen. Het is dus vaak een verstandige aanpak. Voor de opdrachtgever en de (hoofd)aannemer (en diens eventuele onderaannemers) biedt deze aanpak duidelijkheid.

Keerzijde hiervan is, dat de opdrachtgever zijn contractuele aanspraken praktisch altijd alleen tegen de hoofdaannemer geldend kan maken, tenzij sprake is van zeer bijzondere omstandigheden. De opdrachtgever kan daarom feitelijk met lege handen komen te staan indien de hoofdaannemer geen verhaal biedt en er oog geen garanties door derden zijn afgegeven. Uitzondering hierop vormt de situatie dar er een separate contractuele afspraak gemaakt wordt tussen opdrachtgever en onderaannemer.