Aanbeveling Veertiendagenbrief

Bron: rechtspraak.nl , Aanbeveling n.a.v. het BIK-overleg op 19 januari 2017, Minimale termijn, Voorstel formulering.


Aanbeveling over de Veertiendagenbrief

 

De beantwoording van diverse prejudiciële vragen over de veertiendagenbrief van art. 6:96 lid 6 BW door de Hoge Raad in zijn arrest van 25 november 2016 (ECLI:NL:HR:2016:2704) heeft tot veel vragen van deurwaarders geleid. Het LOVCK&T heeft daarom aan de redactieraad BGK gevraagd een aanbeveling te schrijven over deze problematiek. Een aantal leden van de redactieraad BGK, aangevuld met vertegenwoordigers uit verschillende gerechten hebben hierover op 19 januari samen vergaderd.

N.a.v. deze vergadering worden de volgende aanbevelingen geformuleerd:

Vereisten in de 14-dagenbrief (minimale termijn):

  • Betaling dient te geschieden binnen 14 dagen vanaf de dag nadat deze brief bij u is bezorgd/ door u is ontvangen; OF
  • Binnen 15 dagen nadat deze brief bij u is bezorgd/door u is ontvangen.
  • Alle andere formuleringen kunnen verwarrend of misleidend zijn voor de consument en kunnen om die reden leiden tot afwijzing van de gevorderde buitengerechtelijke kosten.
  • Bovenstaande termijnen zijn minimum termijnen. Uiteraard kan de schuldeiser ook opteren voor een langere termijn, mits die termijn gekoppeld is aan de ontvangst van de brief door de debiteur (bijvoorbeeld 3 weken na de ontvangst van de brief).
  • Stelplicht in dagvaarding. In de dagvaarding dient gesteld te worden wanneer de veertiendagenbrief door eisende partij is verstuurd en indien bekend wanneer deze door gedaagde is ontvangen. De brief moet worden overgelegd.
  • Als niet aan bovenstaande vereisten ten aanzien van de 14-dagenbrief, de stelplicht in de dagvaarding of het overleggen van de 14-dagenbrief is voldaan, leidt dit tot afwijzing van de buitengerechtelijke incassokosten.
  • Voorts dient in de dagvaarding te worden vermeld of er (deel)betalingen zijn gedaan, zo ja tot welk bedrag en op welke datum deze deelbetaling is ontvangen. Stelt de eisende partij niet wanneer de deelbetaling ontvangen is, dan wordt ervan uitgegaan dat die betaling door de eisende partij ontvangen is binnen de termijn van veertien dagen en zijn de buitengerechtelijke kosten dus slechts toewijsbaar over de resterende hoofdsom.
  • Als de dagvaarding onduidelijk is voor wat betreft de buitengerechtelijke incassokosten, dan volgt er geen tussenvonnis maar een afwijzing van deze kosten.
  • De adviesgroep ziet geen aanleiding om een overgangstermijn op te nemen.